Bijna alle Engelse werkwoorden krijgen netjes -ed: work, worked. Maar juist de woorden die je het vaakst gebruikt, doen hun eigen ding. Het goede nieuws: ze vallen in groepjes. Wie het groepje kent, onthoudt het werkwoord bijna vanzelf.
Kort antwoord: een onregelmatig werkwoord heeft drie vormen: het hele werkwoord, de past simple en het voltooid deelwoord (go, went, gone). Leer ze in drie groepjes: alle drie hetzelfde (put, put, put), laatste twee hetzelfde (buy, bought, bought) en alle drie anders (see, saw, seen).
1 Alle drie hetzelfde
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| put, put, put | leggen, zetten |
| cut, cut, cut | snijden, knippen |
| let, let, let | laten |
| cost, cost, cost | kosten |
Makkelijker wordt het niet: Yesterday I put my keys on the table.
2 De laatste twee hetzelfde
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| buy, bought, bought | kopen |
| bring, brought, brought | brengen |
| think, thought, thought | denken |
| have, had, had | hebben |
| make, made, made | maken |
| say, said, said | zeggen |
| tell, told, told | vertellen |
| get, got, got | krijgen, worden |
Let op: Amerikanen zeggen vaak have gotten, Britten have got.
3 Alle drie anders
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| go, went, gone | gaan |
| see, saw, seen | zien |
| take, took, taken | nemen |
| give, gave, given | geven |
| know, knew, known | weten, kennen |
| write, wrote, written | schrijven |
| drink, drank, drunk | drinken |
| begin, began, begun | beginnen |
Drink en begin volgen het patroon i, a, u, net zoals bij ons de klinker verandert in drinken, dronk, gedronken.
Tip van de docent: zeg elk rijtje hardop, drie keer, als een liedje: buy, bought, bought. Je oren onthouden het ritme, en straks klinkt buyed vanzelf vreemd.
Engelse kleuters zeggen ook I goed en I buyed. Het verschil: bij hen vinden de ouders het schattig.
Test jezelf
"Yesterday I ___ a new phone." (buy)
bought: gisteren is voorbij, dus past simple.
"Have you ever ___ this film?" (see)
seen: na have komt het voltooid deelwoord, de derde vorm.




