TaalTaal Logo
Site in het NederlandsSite in English
Vertaal met Google

Engelse preposities: in, on, at en de valkuilen

Waar liggen je sleutels? On the table, in your bag, under the sofa. De woordjes die zeggen waar iets is, heten preposities; in het Nederlands zeg je ook voorzetsels. De meeste lijken op het Nederlands. Juist daardoor gaat het mis waar ze net anders werken: bij in, on en at, en bij voor.

Kort antwoord: on is op (je raakt het), above is boven (je raakt het niet), under onder, in in, next to naast, between tussen, behind achter, in front of voor en against tegen. Let op: voor is hier nooit for of before, een schilderij hangt on the wall (niet "aan"), en je bent at school, at work en at home.

1 Negen woordjes

EngelsNederlandsVoorbeeld
onopThe keys are on the table.
abovebovenThe lamp hangs above the table.
underonderThe cat is sleeping under the table.
ininMy phone is in my bag.
next tonaastI live next to the baker's.
betweentussenThe chemist's is between the bank and the supermarket.
behindachterThe bike is behind the house.
in front ofvoorI'm waiting in front of the station.
againsttegenThe ladder is against the wall.

Bij between horen twee dingen: between the chair and the table. Staat iets midden in een groep, dan zeg je among: a house among the trees.

2 Voor: in front of, niet for of before

Dit is de bekendste fout van Nederlanders. Het Nederlandse voor heeft drie betekenissen, en het Engels heeft er drie woorden voor:

NederlandsBetekenisEngels
Ik wacht voor het station.plaatsI'm waiting in front of the station.
Ik ben er voor negen uur.tijdI'll be there before nine.
Dit is voor jou.bestemd voorThis is for you.

Tip: gaat het om waar iets staat, dan is het altijd in front of. "The car is before the house" klinkt in het Engels alsof de auto er eerder was dan het huis.

3 In, on of at?

Het Nederlands zegt bijna overal in of op. Het Engels kiest uit drie, en het denkt daarbij in vormen:

WoordHoe je het zietVoorbeelden
ineen ruimte met grenzen: je bent erbinnenin the kitchen, in the car, in London, in the Netherlands
oneen oppervlak: je ligt of staat erop, of het zit ertegenon the table, on the floor, on the wall, on the second floor
ateen punt, een plek waar je iets doetat the station, at the bus stop, at the door, at the doctor's

Met at zeg je dat je ergens bent, zonder dat het uitmaakt of je binnen of buiten staat. I'm at the station: je bent daar, op het perron of in de hal. I'm in the station zeg je alleen als het juist gaat om binnen zijn.

Drie plekken leer je als vaste groep, allemaal met at en zonder the: at home (thuis), at work (op je werk), at school (op school).

Tip: in een bus, trein of vliegtuig, waar je in kunt rondlopen, ben je on: on the bus, on the train, on the plane. In een auto of taxi zit je in: in the car.

4 Waar het Nederlands iets anders zegt

Een paar combinaties kun je niet woord voor woord vertalen. Leer ze als vaste uitdrukking:

NederlandsEngels
Het schilderij hangt aan de muur.The picture is on the wall.
Ik sta op de foto.I'm in the photo.
Hij zit op de bank.He's sitting on the sofa.
Ik lig in bed.I'm in bed. (zonder the)
Het is op tv.It's on TV.
Ze speelt op straat.She's playing in the street.
We zitten aan tafel.We're at the table.
Ik woon op de tweede verdieping.I live on the second floor.

Een Engelsman die "on the photo" hoort, ziet iemand bovenop een foto staan. Op een foto sta je in het Engels altijd ín het plaatje.

5 Above of over, under of below?

Above en over betekenen allebei boven. Over gebruik je vooral als iets eroverheen gaat of het bedekt: a bridge over the river, a blanket over the bed. Above is gewoon hoger: the lamp above the table. Twijfel je bij een plek, kies dan above.

Zo ook onder: under is eronder, vaak bedekt (under the table), below is gewoon lager (the flat below ours, de flat onder de onze). Bij twijfel is under bijna altijd goed.

Test jezelf

"Ik wacht voor de bioscoop." Hoe zeg je dat?

I'm waiting in front of the cinema. Een plaats: in front of, nooit before.

The clock is ___ the wall. (on, in of at?)

on: wat aan de muur hangt, is in het Engels on the wall.

"Ik ben op mijn werk." Hoe zeg je dat?

I'm at work. Een vaste plek met at, zonder the, net als at home en at school.

Wie staat er op de foto? (in het Engels)

Who's in the photo? Op een foto sta je in het plaatje.

I'm ___ the bus. (in of on?)

on: in een bus, trein of vliegtuig ben je on. In een auto ben je in.

Oefen hetOefen met Bo: where is Bo?
Liever met een docent? Uitleg lezen is een begin, spreken leer je door het te doen. Leer een taal in een kleine groep of privé, in Den Haag en online. Gratis intake