Nederlanders spreken goed Engels. Juist daardoor vallen een paar fouten op, omdat ze recht uit het Nederlands komen. Dit zijn de bekendste, en hoe je ze voorgoed kwijtraakt.
Kort antwoord: de grootste valkuil is de tijd. "I live here since 2010" is Nederlands met Engelse woorden; in het Engels zeg je "I have lived here since 2010". En andersom: bij een moment dat voorbij is (yesterday, last week, in 2019) gebruik je niet have, maar de verleden tijd: "I saw him yesterday".
1 Since en for: tot nu toe
Iets dat in het verleden begon en nog steeds zo is, krijgt in het Engels de present perfect (have + voltooid deelwoord). Het Nederlands gebruikt daar de tegenwoordige tijd.
| Nederlands | Fout | Goed |
|---|---|---|
| Ik woon hier sinds 2010. | I live here since 2010. | I have lived here since 2010. |
| Ik werk hier al drie jaar. | I work here for three years. | I have worked here for three years. |
2 Yesterday: het is voorbij
Noem je een moment dat voorbij is, dan gebruik je de past simple, ook als je in het Nederlands heb zegt.
| Nederlands | Fout | Goed |
|---|---|---|
| Ik heb hem gisteren gezien. | I have seen him yesterday. | I saw him yesterday. |
| We hebben vorig jaar een huis gekocht. | We have bought a house last year. | We bought a house last year. |
Tip van de docent: staat er een tijdwoord van een afgesloten moment in je zin (yesterday, last week, ago, in 2019, when I was young)? Dan nooit have. Staat er since of for tot nu toe? Dan wél.
3 Woorden die bijna hetzelfde zijn
| Je bedoelt | Niet | Wel |
|---|---|---|
| actueel | actual (= werkelijk) | current |
| eventueel | eventually (= uiteindelijk) | possibly |
| bekend worden | become (= worden) | become known |
| de chef (baas) | chef (= kok) | boss, manager |
Een Nederlander die zegt "I become a steak" bedoelt dat hij een biefstuk krijgt. De ober hoort iets anders. Zeg "I'll have the steak", dan blijft het bij eten.
Test jezelf
"Ik ken haar al tien jaar." Hoe zeg je dat in het Engels?
I have known her for ten years. Tot nu toe, met for: present perfect.
"I ___ to London last summer." (go)
went: last summer is voorbij, dus past simple.




