"I make my homework" klinkt voor een Nederlander logisch: je maakt toch je huiswerk? In het Engels doe je het. Make en do lopen anders dan maken en doen.
Kort antwoord: make gebruik je als er iets ontstaat (make a cake, make a decision, make a mistake), do voor werk, taken en activiteiten (do homework, do the dishes, do your best). Het Nederlandse maken en doen helpen je daarbij niet altijd.
1 Make: er ontstaat iets
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| make a mistake | een fout maken |
| make a decision | een besluit nemen |
| make money | geld verdienen |
| make a phone call | een telefoontje plegen |
| make an appointment | een afspraak maken |
2 Do: werk en taken
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| do your homework | je huiswerk maken |
| do the dishes | de afwas doen |
| do business | zakendoen |
| do someone a favour | iemand een plezier doen |
| do an exam | een examen maken (ook: take an exam) |
Tip van de docent: leer ze als vaste combinaties, net als de en het. Wie make a decision als één geheel onthoudt, hoeft niet na te denken.
Een Nederlander die zegt "Let's make an appointment and do a deal" heeft het allebei goed. Zeg je "let's do an appointment", dan klink je ineens heel erg Nederlands.
Test jezelf
"I need to ___ a decision today." (make of do?)
make a decision: er ontstaat iets, een besluit.
"Have you ___ your homework?" (made of done?)
Have you done your homework? Huiswerk is een taak, dus do.




