In de mail van het werk staat: Er zijn bij de planning fouten gemaakt. Door wie? Dat staat er niet. Dat is precies wat de lijdende vorm doet: het gaat om wat er gebeurt, niet om wie het doet. Wie het passief beheerst, leest nieuws, brieven van de gemeente en zakelijke mails een stuk makkelijker.
Kort antwoord: waar iets mee gebeurt, komt vooraan; dan een vorm van worden en het voltooid deelwoord achteraan: De muur wordt geverfd. Is het al gebeurd, dan gebruik je zijn: De muur is geverfd. Wie het doet, zet je erbij met door, als je dat wilt.
1 Zo maak je het passief
Neem een gewone (actieve) zin. Waar iets mee gebeurt, het lijdend voorwerp, wordt het onderwerp en schuift naar voren. Het werkwoord wordt worden plus het voltooid deelwoord:
| Actief | Passief |
|---|---|
| De schilder verft de muur. | De muur wordt geverfd. |
| De aannemer verbouwt het kantoor. | Het kantoor wordt verbouwd. |
| De koerier bezorgt de pakketten. | De pakketten worden bezorgd. |
Let op het getal: het nieuwe onderwerp bepaalt de vorm van worden. De muur wordt, maar de muren worden. Het voltooid deelwoord staat helemaal achteraan, net als in de voltooide tijd.
Tip van de docent: alleen een werkwoord met een lijdend voorwerp kan een gewoon passief maken. Ik
slaap heeft geen lijdend voorwerp, dus ik word geslapen bestaat niet. Daarvoor is er een andere vorm: zie
er wordt.
2 Worden of zijn: de tijden
Gebeurt het nu, of gebeurde het toen, dan gebruik je worden. Is het klaar, dan gebruik je zijn:
| Tijd | Passief | Wat het zegt |
|---|---|---|
| nu | De muur wordt geverfd. | de schilder is bezig |
| toen | De muur werd geverfd. | het gebeurde, een verhaal |
| klaar (nu) | De muur is geverfd. | het resultaat: de muur is nu blauw |
| klaar (toen) | De muur was geverfd. | het was al klaar, eerder |
| straks | De muur zal worden geverfd. | formeel; gewoon: wordt morgen geverfd |
In de voltooide tijd hoort er eigenlijk geworden bij: de muur is geverfd geworden. Dat is niet fout, maar het klinkt zwaar en ouderwets. In bijna alle zinnen laat je het weg.
De deur wordt gesloten en de deur is gesloten lijken op elkaar, maar bij de eerste duwt er nog iemand, bij de tweede kun je er niet meer in.
3 Door: wie het doet
Wil je toch zeggen wie het doet, dan zet je die erbij met door. In een hoofdzin staat dat stuk meestal tussen worden en het voltooid deelwoord:
- Het besluit wordt door de directie genomen.
- De oude bureaus worden morgen door de gemeente opgehaald.
Vaak laat je het weg, om drie redenen: je weet het niet (mijn fiets is gestolen), het doet er niet toe (de post wordt om tien uur bezorgd), of je zegt het liever niet (er zijn fouten gemaakt).
Tip van de docent: sprekers van het Duits en het Engels zeggen vaak van, naar von en by. Maar het besluit van de directie betekent dat het besluit van de directie is. Wie het doet: door.
4 Er wordt gedanst: het passief zonder onderwerp
Soms gaat het niet om iets waar iets mee gebeurt, maar om een activiteit in het algemeen. Dan is er geen onderwerp, en begin je met er:
- Er wordt gedanst. (mensen dansen, wie precies doet er niet toe)
- Tijdens de verbouwing wordt er thuisgewerkt.
- Er wordt gezegd dat de kantine dichtgaat. (een gerucht: niemand zegt het officieel)
Ook bij een onbepaald onderwerp gebruik je er: Er zijn fouten gemaakt, er worden nieuwe bureaus geleverd. Met een bepaald onderwerp niet: de fouten zijn gemaakt.
5 Moet worden ingevuld: met een modaal werkwoord
Met moet, kan, mag of wil staat het modale werkwoord op de plek van het werkwoord, en worden en het voltooid deelwoord gaan samen naar achteren:
| Actief | Passief |
|---|---|
| Je moet het formulier invullen. | Het formulier moet worden ingevuld. |
| De gemeente kan de bureaus ophalen. | De bureaus kunnen worden opgehaald. |
De volgorde achteraan mag allebei: moet worden ingevuld en moet ingevuld worden zijn allebei goed. In
geschreven taal zie je de eerste vaker, in gesprekken de tweede. Laat worden niet weg: het formulier moet
ingevuld mist een werkwoord.
6 Wanneer gebruik je het?
In gesprekken gebruiken Nederlanders het passief niet zo vaak; ze zeggen liever ze of je: Ze verbouwen het kantoor. In geschreven en formele taal zie je het juist veel:
- Nieuws: Bij de brand werden drie mensen gered. Het gaat om de mensen, niet om de brandweer.
- Instructies en regels: Hier wordt niet gerookt. Het formulier moet worden ondertekend.
- Zakelijke mails: Uw aanvraag wordt zo snel mogelijk behandeld. Niemand belooft het persoonlijk.
- Als je liever niet zegt wie het deed: Er zijn fouten gemaakt.
Daarom lezen sommige mails als een raadsel. Er is besloten dat er wordt bezuinigd. Door wie, en op wie? Dat wordt er niet bij gezegd. Een goede lezer ziet het passief en vraagt zich af wie er achter de zin staat.
Partnertip Speel samen "Wat is er hier gebeurd?". De partner wijst iets aan in huis: de afwas, het bed, een nieuwe lamp. De cursist zegt het in het passief: De afwas is gedaan. Het bed is opgemaakt. Is er iets niet gedaan, dan wordt het nog leuker: De vuilnis is niet buiten gezet. Door wie? Let alleen op is of wordt en het voltooid deelwoord achteraan; het antwoord op "door wie" mag een geheim blijven.
Test jezelf
Maak het passief: De aannemer verbouwt het kantoor.
Het kantoor wordt (door de aannemer) verbouwd. Het kantoor schuift naar voren, wordt op de tweede plek, verbouwd achteraan.
Het is al gebeurd: De koffieautomaat ... weggehaald.
De koffieautomaat is weggehaald. Klaar is zijn; geworden laat je weg.
Door of van? "Het pakket wordt ... de koerier bezorgd."
Door. Wie het doet, staat bij door. Van de koerier zou betekenen dat het pakket van hem is.
Begin met er: Mensen werken thuis tijdens de verbouwing.
Er wordt tijdens de verbouwing thuisgewerkt. Of: Tijdens de verbouwing wordt er thuisgewerkt.
Met moet: Je moet het formulier vóór vrijdag invullen.
Het formulier moet vóór vrijdag worden ingevuld. Ook goed: ... ingevuld worden.
Kan dit? "Ik word geslapen."
Nee. Slapen heeft geen lijdend voorwerp. Het algemene passief kan wel: Er wordt hier goed geslapen.



