Eén boek, twee boeken. Eén tafel, twee tafels. Eén paprika, zeshonderd paprika's. Waarom krijgt het ene woord -en, het andere -s, en een derde een apostrof? Met een paar regels kom je heel ver.
Kort antwoord: de meeste woorden krijgen -en (boeken). Woorden op een toonloze -el, -em, -en, -er en verkleinwoorden krijgen -s (tafels, broodjes). Eindigt een woord op a, i, o, u of y, dan schrijf je 's (paprika's). Bij -en let je op de spelling: boom, bomen; bus, bussen; brief, brieven. Het meervoud is altijd een de-woord.
1 -en: de gewone manier
De meeste Nederlandse woorden krijgen -en. Dat geldt vooral voor woorden van één lettergreep en voor woorden met de klemtoon aan het eind:
| Eén | Meer |
|---|---|
| het boek | de boeken |
| de hond | de honden |
| de vork | de vorken |
| de fiets | de fietsen |
| de agent | de agenten |
Tip: het meervoud is altijd een de-woord. Het boek, maar de boeken; het kind, maar de kinderen. Twijfel je over de of het, dan helpt het meervoud je dus niet, maar je kunt er ook niets fout doen.
2 -s en -'s
-s krijgen woorden die eindigen op een toonloze -el, -em, -en, -er of -aar, en alle verkleinwoorden:
| Soort woord | Eén | Meer |
|---|---|---|
| -el | de tafel, de lepel | de tafels, de lepels |
| -er | de computer, de bakker | de computers, de bakkers |
| -en | het kussen, het laken | de kussens, de lakens |
| -je, -tje, -pje | het broodje, het biertje | de broodjes, de biertjes |
| Engelse woorden | de laptop, de manager | de laptops, de managers |
's schrijf je na een a, i, o, u of y aan het eind. Zonder apostrof zou je de klank kort lezen: autos lees je als au-tos met een korte o. De apostrof houdt hem lang:
| Eén | Meer |
|---|---|
| de paprika | de paprika's |
| de auto | de auto's |
| de foto | de foto's |
| het menu | de menu's |
| de baby | de baby's |
Een e aan het eind krijgt gewoon -s, zonder apostrof: de tante, de tantes; de garage, de garages. En de apostrof hoort echt alleen bij die klinkers. Een bordje met tomaat's of lepel's zie je op elke markt, maar het is fout: tomaten, lepels.
3 De spelling bij -en
Bij -en komt er een lettergreep bij, en dan verandert de spelling soms. Je zegt het woord nog steeds hetzelfde, je schrijft het alleen anders. Er zijn drie regels.
Een lange klank: één letter is genoeg. Een lange aa, ee, oo, uu aan het eind van een lettergreep schrijf je met één letter. Spreek het uit in stukjes: bo-men, de o staat aan het eind van bo.
| Eén | Meer | In stukjes |
|---|---|---|
| de boom | de bomen | bo-men |
| de banaan | de bananen | ba-na-nen |
| de peer | de peren | pe-ren |
| het uur | de uren | u-ren |
Een korte klank: de medeklinker dubbel. Na een korte a, e, i, o, u verdubbel je de medeklinker, anders lees je de klank lang: busen zou je lezen als bu-sen, met een lange u.
| Eén | Meer | In stukjes |
|---|---|---|
| de bus | de bussen | bus-sen |
| de kat | de katten | kat-ten |
| de pen | de pennen | pen-nen |
| de bal | de ballen | bal-len |
f wordt v, s wordt z. Na een lange klank zeg je de f en de s in het meervoud zachter, en dat schrijf je ook:
| Eén | Meer |
|---|---|
| de brief | de brieven |
| de wolf | de wolven |
| het huis | de huizen |
| de kaas | de kazen |
| de neus | de neuzen |
Let op: dit geldt niet altijd. De fiets, de fietsen en de kous, de kousen houden hun s, en woorden uit een andere taal ook: de chef, de chefs. Bij twijfel kijk je in het woordenboek.
4 Woorden die het anders doen
Een paar woorden, vaak heel gewone, houden zich niet aan de regels. Die leer je uit je hoofd:
| Eén | Meer | Wat er gebeurt |
|---|---|---|
| het kind | de kinderen | -eren |
| het ei | de eieren | -eren |
| de koe | de koeien | -ien |
| de stad | de steden | a wordt e |
| het schip | de schepen | i wordt e |
| het lid | de leden | i wordt e |
Sommige woorden mogen allebei: appels en appelen, groentes en groenten. In gewone gesprekken hoor je meestal de vorm met -s. En kinders hoor je in sommige dialecten, maar schrijf je nooit.
Partnertip Maak het boodschappenlijstje samen, maar dan zo: de partner noemt één ding, een appel, en de cursist zegt hoeveel jullie er nodig hebben: zes appels. Brood, eieren, tomaten: let alleen op het meervoud. Een gekke hoeveelheid mag. Twintig bananen? Dan is het tenminste een lijstje dat je onthoudt.
Test jezelf
Eén banaan, twee ...
bananen. Lange aa aan het eind van een lettergreep: één a, ba-na-nen.
Eén bus, twee ...
bussen. Korte u: de s komt dubbel.
Eén huis, twee ...
huizen. Na een lange klank wordt de s een z.
Eén paprika, zeshonderd ...
paprika's. Een woord op a krijgt 's. En zeshonderd is wel heel veel.
Klopt het bordje "Verse eiers"?
Nee: eieren. Ei is een van de woorden die het anders doen.



