TaalTaal Logo
Site in het NederlandsSite in English
Vertaal met Google

Want of omdat? En daarom: waar het werkwoord staat

Je bent te laat en je collega vraagt waarom. Ik ben te laat, want de trein had vertraging, of omdat de trein vertraging had? Allebei goed, maar het werkwoord staat op een andere plek. Wie dat verschil kent, maakt de meest gehoorde fout op A2 niet meer.

Kort antwoord: na want blijft de volgorde gewoon: want de trein had vertraging. Na omdat gaat het werkwoord naar het eind: omdat de trein vertraging had. Na daarom komt het werkwoord meteen: daarom ben ik te laat.

1 Drie soorten woorden, drie volgordes

Het Nederlands heeft drie groepen woorden waarmee je zinnen aan elkaar maakt. Elke groep doet iets anders met het werkwoord:

GroepWoordenHet werkwoordVoorbeeld
verbindt twee gewone zinnenwant, en, maar, ofblijft op zijn plek..., want ik heb haast.
begint een bijzinomdat, doordat, als, dat, zodat, terwijlgaat naar het eind..., omdat ik haast heb.
staat op de eerste plekdaarom, daardoor, toch, dankomt meteen ernaDaarom heb ik haast.

Je hoeft dus niet bij elke zin na te denken: leer bij elk woord in welke groep het hoort. Want is een en-woord, omdat is een dat-woord, daarom is een morgen-woord (net als Morgen ga ik).

Tip van de docent: zeg want en denk en. Na en verandert er niets, na want ook niet. Zeg omdat en denk dat: ik denk dat hij ziek is.

2 Want of omdat: wat is het verschil?

Meestal betekenen ze hetzelfde, en kies je wat je makkelijk vindt. Maar er zijn drie verschillen:

  • Alleen omdat kan vooraan. Omdat het regent, neem ik een paraplu mee. Met want kan dat niet: Want het regent, neem ik ... is fout.
  • Alleen omdat kan alleen staan, als antwoord op waarom. Waarom ben je zo laat? – Omdat de trein vertraging had. Met want hoor je dat in spreektaal wel, maar netjes is het niet.
  • Want geeft ook een bewijs. Ans is thuis, want het licht brandt. Het licht is niet de reden dát Ans thuis is, het is hoe jij het weet. Met omdat wordt het vreemd: Ans is thuis omdat het licht brandt betekent dat ze voor het licht thuisblijft.

LindaWaarom ben je zo laat?

JijSorry, ik ben te laat, omdat de trein vertraging had.

LindaHm. Je had in ieder geval haast, want je hebt twee verschillende sokken aan.

3 Daarom en dus: het gevolg

Want en omdat geven de reden. Daarom en dus geven het gevolg: eerst wat er gebeurde, dan wat daaruit volgt.

RedenGevolg
Ik ben te laat, omdat mijn wekker niet afging.Mijn wekker ging niet af. Daarom ben ik te laat.
Ik neem een paraplu mee, want het regent.Het regent, dus ik neem een paraplu mee.

Na daarom komt het werkwoord altijd meteen. Na dus mag het allebei: dus ik neem en dus neem ik zijn goed. In gesprekken hoor je dus ik het meest.

Pas op dat je de reden en het gevolg niet omdraait. Ik had haast, daarom heb ik twee verschillende sokken aan klopt. Ik heb twee verschillende sokken aan, daarom had ik haast betekent dat je sokken je haast bezorgden.

4 Een zin die begint met omdat

Begin je met de omdat-zin, dan telt die hele zin als de eerste plek. Daarna komt dus meteen het werkwoord, net als na daarom of morgen:

GoedFout
Omdat de trein vertraging had, ben ik iets later.Omdat de trein vertraging had, ik ben iets later.
Omdat het regent, neem ik een paraplu mee.Omdat het regent, ik neem een paraplu mee.

Het lijkt een dubbele draai: in de omdat-zin gaat het werkwoord naar achteren, en direct daarna komt het volgende werkwoord naar voren. De twee werkwoorden staan daardoor naast elkaar, met alleen een komma ertussen: vertraging had, ben ik.

5 Twee werkwoorden in de bijzin

Heeft de bijzin twee werkwoorden, dan gaan ze allebei naar het eind, samen:

  • Ik kan niet komen, omdat ik de presentatie nog moet maken.
  • Ik heb honger, omdat ik niet heb ontbeten. Ook goed: omdat ik niet ontbeten heb.

Bij een voltooid deelwoord (ontbeten, gezien) mag de volgorde van de twee werkwoorden allebei. Bij moet maken, kan komen en wil gaan zet je het hulpwerkwoord meestal eerst.

Na want blijft alles gewoon: Ik kan niet komen, want ik moet de presentatie nog maken.

6 Omdat of doordat?

Op B1-niveau komt er een broertje bij: doordat. Het werkwoord gaat ook naar het eind, maar de betekenis is smaller:

  • Doordat geeft een oorzaak waar niemand iets aan kon doen: Doordat het glad was, viel ik van mijn fiets.
  • Omdat kan dat ook, maar geeft daarnaast een reden of een keuze: Omdat ik honger had, ging ik eten. Met doordat wordt dat vreemd: doordat ik honger had, ging ik eten klinkt alsof je honger je naar de keuken duwde.

Twijfel je? Kies omdat. Dat is bijna altijd goed.

Partnertip Vraag 's avonds naar de smoesjes van de dag: Waarom ben je zo laat? Waarom is er geen melk? De cursist geeft een reden met omdat, het werkwoord achteraan: Omdat de bus niet kwam. Hoe gekker de smoes, hoe beter; de partner let alleen op het werkwoord. Daarna andersom, en de cursist beslist: geloof ik, of geloof ik niet?

Test jezelf

Maak één zin met omdat: Ik ben te laat. Mijn band is lek.

Ik ben te laat, omdat mijn band lek is. Na omdat gaat is naar het eind.

Nu met want.

Ik ben te laat, want mijn band is lek. Na want blijft de volgorde gewoon.

Begin met: Mijn band is lek. Daarom ...

Mijn band is lek. Daarom ben ik te laat. Na daarom komt het werkwoord meteen.

Begin met omdat: Omdat mijn band lek is, ...

Omdat mijn band lek is, ben ik te laat. De omdat-zin is de eerste plek, dus daarna meteen ben.

Kan dit? "Want het regent, neem ik een paraplu mee."

Nee. Een want-zin kan niet vooraan. Zeg Omdat het regent, neem ik een paraplu mee.

Omdat of doordat? "... de stroom uitviel, werkte de lift niet."

Doordat (of omdat). Een oorzaak waar niemand iets aan kon doen: doordat past precies.

Oefen hetOefen het met Carlos: Smoesjes
Liever met een docent? Uitleg lezen is een begin, spreken leer je door het te doen. Leer een taal in een kleine groep of privé, in Den Haag en online. Gratis intake