Wie Spaans leert, wil al snel zeggen wat hij lekker of leuk vindt. Dan blijkt dat het Spaans het andersom zegt: niet "ik houd van koffie", maar "koffie bevalt mij".
Kort antwoord: bij gustar is wat je leuk vindt het onderwerp, en jij staat ervoor als me, te, le, nos, les: Me gusta el café. Is het meervoud, dan wordt het gustan: Me gustan los libros.
1 Hoe het werkt
| Spaans | Letterlijk | Bedoeld |
|---|---|---|
| Me gusta el café. | Mij bevalt de koffie. | Ik vind koffie lekker. |
| ¿Te gusta bailar? | Bevalt jou dansen? | Dans je graag? |
| Nos gusta Madrid. | Ons bevalt Madrid. | We vinden Madrid leuk. |
2 Gusta of gustan?
Het werkwoord kijkt naar wat je leuk vindt, niet naar jou: Me gusta la playa (één strand), maar Me gustan las playas (meer stranden). Wil je nadruk leggen, zet er dan a mí voor: A mí me gusta el té, pero a él le gusta el café.
3 Meer werkwoorden zoals gustar
Ze werken allemaal op dezelfde manier: Me encanta Sevilla (ik ben dol op Sevilla), Me interesa la historia (geschiedenis interesseert me), Me duele la cabeza (ik heb hoofdpijn: letterlijk 'het hoofd doet mij pijn').
Tip van de docent: wie me duele la cabeza kent, kan bij de dokter meteen veel meer zeggen: me duele el estómago, me duelen los pies.
Zeg je yo gusto el café, dan zeg je eigenlijk dat jij de koffie bevalt. De koffie zal het een zorg zijn, de ober kijkt wel even op.
Test jezelf
"Ik vind boeken leuk." Hoe zeg je dat?
Me gustan los libros. Meervoud, dus gustan.
"Hij danst graag." Hoe zeg je dat met gustar?
Le gusta bailar.




