Allebei betekenen ze vaak 'voor', en daarom haalt iedereen ze door elkaar. Maar por en para kijken een andere kant op: de een terug, de ander vooruit.
Kort antwoord: para kijkt vooruit: een doel, een bestemming, voor wie iets is, een deadline (para ti, para aprender, para el lunes). Por kijkt naar de oorzaak of de weg: waardoor, waarlangs, in ruil voor wat (gracias por todo, por la calle, por diez euros).
1 Para: vooruit
| Waarvoor | Voorbeeld |
|---|---|
| doel (om te) | Estudio español para trabajar en Madrid. |
| voor wie | Este regalo es para ti. |
| bestemming | Salgo para Sevilla. |
| deadline | Lo necesito para el lunes. |
2 Por: oorzaak en weg
| Waarvoor | Voorbeeld |
|---|---|
| oorzaak, reden | Gracias por tu ayuda. |
| door, via, langs | Paseamos por el parque. Hablamos por teléfono. |
| ruil, prijs | Lo compré por diez euros. |
| deel van de dag | Trabajo por la mañana. |
Tip van de docent: vraag jezelf: kijk ik vooruit (waarvoor, voor wie, waarheen)? Dan para. Kijk ik terug of naar de weg (waardoor, waarlangs, waarvoor in ruil)? Dan por.
Por favor heb je waarschijnlijk al eerder gezegd dan je wist dat por moeilijk was.
Test jezelf
"Gracias ___ la cena." (por of para?)
por: je bedankt voor iets dat gebeurd is, de oorzaak.
"Este libro es ___ mi hermana." (por of para?)
para: voor wie het is.




