Het Spaans heeft twee gewone verleden tijden, en het Nederlands maar één. Denk aan een film: er is een decor en er is actie. Het imperfecto bouwt het decor, het indefinido laat er iets in gebeuren.
Kort antwoord: het imperfecto beschrijft de achtergrond: hoe het was, wat er bezig was, wat je vroeger altijd deed (hablaba, comía). Het indefinido vertelt de gebeurtenis: wat er op een bepaald moment gebeurde en klaar is (hablé, comí). Llovía cuando salí de casa.
1 Imperfecto: het decor
| Waarvoor | Voorbeeld |
|---|---|
| beschrijving, sfeer | Hacía sol y la playa estaba llena. |
| gewoonte vroeger | De niño, jugaba al fútbol cada día. |
| iets dat bezig was | Mientras Pablo cocinaba, yo leía. |
| leeftijd en tijd | Tenía diez años. Eran las ocho. |
2 Indefinido: de actie
| Waarvoor | Voorbeeld |
|---|---|
| afgeronde gebeurtenis | Ayer compré un coche. |
| reeks handelingen | Me levanté, me duché y salí. |
| plotselinge actie | De repente sonó el teléfono. |
| afgebakende periode | Viví tres años en Lima. |
Tip van de docent: let op signaalwoorden. Ayer, el año pasado, de repente roepen om het indefinido; siempre, cada día, de niño, mientras om het imperfecto. In Latijns-Amerika gebruik je het indefinido bovendien ook voor vandaag: Hoy comí paella, waar men in Spanje meestal hoy he comido zegt.
3 Decor en actie in één zin
Het mooiste zie je het verschil als ze samen staan: het decor loopt, de actie onderbreekt. Dormía cuando sonó la alarma. Ik sliep (decor), het alarm ging (actie). Soms verandert zelfs de betekenis: conocía a Ana is 'ik kende Ana', maar conocí a Ana is 'ik leerde Ana kennen'.
Elk Spaans sprookje begint met decor: Érase una vez una princesa que vivía en un castillo... Zodra de draak verschijnt, schakelt de verteller over op het indefinido. Draken houden van actie.
Test jezelf
"Cuando ___ (llegar, yo) a casa, mi hermano ___ (dormir)."
llegué, dormía: het thuiskomen is de actie, het slapen het decor.
"De niña, Lucía ___ (ir) a la playa cada verano."
iba: een gewoonte van vroeger, dus imperfecto.




