In het Nederlands was je je al en vergis je je soms. Het Spaans doet dat nog veel vaker: je staat jezelf op, je doucht jezelf, en je heet zelfs jezelf. Zo werken me llamo, me levanto en me ducho.
Kort antwoord: een wederkerend werkwoord herken je aan -se achter de infinitief (levantarse). Bij het vervoegen komt het pronomen vóór het werkwoord: me levanto, te levantas, se levanta. Bij een infinitief of gerundium mag het er ook achter, vastgeplakt: voy a ducharme.
1 De vormen
| Persoon | levantarse (opstaan) |
|---|---|
| yo | me levanto |
| tú | te levantas |
| él, ella, usted | se levanta |
| nosotros | nos levantamos |
| vosotros (Spanje) | os levantáis |
| ellos, ustedes | se levantan |
In Latijns-Amerika bestaat vosotros niet: daar zeg je tegen elke groep ustedes se levantan.
2 Je dag in wederkerende werkwoorden
Me despierto, me levanto, me ducho, me visto en 's avonds me acuesto. Let op de klinkerwisseling: despertarse wordt me despierto, acostarse wordt me acuesto. En bij lichaamsdelen gebruik je het lidwoord, geen bezittelijk woord: me lavo los dientes, niet mis dientes.
Tip van de docent: het pronomen staat vóór het hele werkwoordblok of plakt achteraan, nooit ertussen: me voy a duchar of voy a ducharme, me estoy duchando of estoy duchándome. Let op het accentje dat er bij het gerundium bij komt.
3 Met of zonder se
| Zonder se | Met se |
|---|---|
| llamar: bellen, roepen | llamarse: heten |
| ir: gaan | irse: weggaan |
| dormir: slapen | dormirse: in slaap vallen |
| lavar el coche: de auto wassen | lavarse: zich wassen |
Vergeet je bij het voorstellen het woordje me, dan klinkt het of je aankondigt dat je iemand gaat bellen. Je gesprekspartner wacht dan beleefd tot je je telefoon pakt.
Test jezelf
Ik sta om zeven uur op. Hoe zeg je dat?
Me levanto a las siete.
Wat is het verschil tussen me duermo en duermo?
duermo: ik slaap. me duermo: ik val in slaap.




