Hoi! Ik ben Bo. Vandaag oefen je Italiaanse preposities, in het Nederlands heten die voorzetsels: su, sotto, dietro, tra. Let op: in het Italiaans smelt het voorzetsel vaak samen met het lidwoord, su en il wordt sul. Klik bij Uitleg op een woordje en kijk waar ik heen spring.
Liever oefenen met een docent? Een oefening is een begin, spreken leer je door het te doen. Leer een taal in een kleine groep of privé, in Den Haag en online. Gratis intake