Vrijdagmiddag gaat het hele kantoor naar het café: de VrijMiBo, kort voor vrijdagmiddagborrel. Je wilt een biertje en je zegt: "Kan ik een biertje hebben?" De barman glimlacht. Iedereen begrijpt je, maar het is Engels in Nederlandse woorden. Zo zegt een Nederlander het, en zo zit het.
Kort antwoord: vraag met mogen: Mag ik een biertje? Of gewoon: Een biertje, graag. Iets aanbieden doe je met willen (Wil je iets drinken?), een voorstel met zullen (Zullen we gaan?), en kunnen alleen voor wat mogelijk is: Kan ik pinnen? En laat hebben weg als je bestelt.
1 Zo bestel je
Er zijn meer goede manieren. Ze verschillen in hoe netjes of hoe los ze klinken:
| Zo zeg je het | Hoe het klinkt |
|---|---|
| Mag ik een koffie? | netjes, altijd goed |
| Een thee, graag. | kort en vriendelijk: zo zeggen de meeste mensen het |
| Ik wil graag een biertje. | netjes |
| Ik neem een cola. | gewoon, als iemand vraagt wat je wilt |
| Doe mij maar een witbier. | los, tussen vrienden en collega's |
| Ik zou graag een koffie willen. | heel netjes, in een café een beetje stijf |
Tip: graag maakt een vraag vriendelijk. Ik wil een koffie zonder graag klinkt als een kind dat iets eist.
2 Vier kleine werkwoorden: mogen, kunnen, willen, zullen
Dit zijn de modale werkwoorden. In het café heeft elk zijn eigen taak:
| Werkwoord | Wat het doet | In het café |
|---|---|---|
| mogen | toestemming: is het goed? | Mag ik een koffie? Mag ik afrekenen? |
| kunnen | mogelijkheid: kan het? | Kan ik pinnen? Kan ik hier zitten? |
| willen | wat iemand wil | Wil je iets drinken? Ik wil graag een thee. |
| zullen | een aanbod of een voorstel | Zal ik een rondje geven? Zullen we bitterballen bestellen? |
Kan ik pinnen? is dus precies goed: je vraagt of betalen met je bankpas hier kan. Maar Kan ik een koffie hebben? vraagt of het mogelijk is dat jij een koffie bezit. Daar gaat het mis.
Laat moeten weg als je iets aanbiedt. Moet je iets drinken? klinkt als de dokter die zegt dat je meer moet drinken.
3 Engels in Nederlandse woorden
De fouten die elke docent hoort. Bijna allemaal Engels, woord voor woord vertaald:
| Net niet | Zo zeg je het | Waarom |
|---|---|---|
| Kan ik een koffie hebben? | Mag ik een koffie? | "Can I have": met hebben klinkt het alsof je het kopje mee naar huis neemt. |
| Ik zal een wijn hebben. | Ik neem een wijn. | "I'll have": zullen is een belofte of een voorstel. |
| Nog een meer, alsjeblieft. | Nog een, graag. | "One more": in het Nederlands gewoon nog een. |
| Een ander biertje, graag. | Nog een biertje, graag. | "Another": een ander biertje is een andere soort bier. |
| Ik ben vol. | Ik zit vol. | "I'm full": een bus is vol, jij zit vol. |
| Ik ben klaar. | Ik heb genoeg gehad. | "I'm done": klaar ben je met je werk. |
| Ik drink niet alcohol. | Ik drink geen alcohol. | Voor een zelfstandig naamwoord zeg je geen, niet niet. |
| Heb een goed weekend! | Fijn weekend! | "Have a good weekend": in het Nederlands zonder werkwoord. |
Zeg "Gezondheid!" als iedereen het glas heft, en iedereen kijkt om zich heen wie er geniesd heeft. Bij het glas zeg je Proost!
4 Woorden uit het café
| Woord | Wat het is |
|---|---|
| de VrijMiBo, de borrel | drinken met collega's, op vrijdagmiddag (vrijdagmiddagborrel) |
| een fluitje, een vaasje, een pul | een klein, een middelgroot en een groot glas bier; "medium" bestaat niet |
| een rondje geven | voor de hele groep een drankje betalen |
| een fris | frisdrank (cola, sinas, cassis); soda is spuitwater |
| de bitterballen | kleine gefrituurde balletjes ragout, met mosterd; altijd te heet |
| afrekenen, pinnen, contant | de rekening betalen, met je bankpas betalen, met geld |
| gezellig | knus, fijn samen; het woord waarvan Nederlanders zeggen dat je het niet kunt vertalen |
Partnertip Laat de cursist de volgende keer op het terras bestellen, voor jullie allebei. Spreek vooraf af wat het wordt en zeg het één keer zachtjes samen: Mag ik een koffie en een thee, alsjeblieft? Daarna zegt de partner niets en neemt niets over. Antwoordt de ober in het Engels, dan praat de cursist gewoon verder in het Nederlands.
Test jezelf
Hoe vraag je netjes om een koffie?
Mag ik een koffie? Of kort en net zo vriendelijk: Een koffie, graag.
Kan ik pinnen? Is dat goed?
Ja. Je vraagt of betalen met je bankpas mogelijk is, en daar is kunnen voor.
Je wilt nog zo'n zelfde biertje. Wat zeg je?
Nog een, graag! Of gezelliger: nog eentje! Niet een ander biertje: dat is een ander bier.
Je wilt voor iedereen een drankje betalen. Wat zeg je?
Zal ik een rondje geven? Een aanbod doe je met zullen.
Je collega gaat op vrijdagmiddag naar huis. Wat zeg je?
Fijn weekend! En als je collega het eerst zegt: Jij ook!



