Op B2 schrijf je mails, brieven en betogen, en daarin gaat het om de kleine woordjes. Ik kom, mits het droog is en Ik kom, tenzij het droog is verschillen één woord, en zeggen precies het tegenovergestelde. Dit artikel zet de lastige voegwoorden op een rij, met wat ze betekenen en wat ze met het werkwoord doen.
Kort antwoord: na hoewel, tenzij, mits, zodra, voordat, nadat, terwijl, zodat en doordat begint een bijzin: eerst wie het doet, alle werkwoorden samen aan het eind (tenzij ik moet overwerken). Bij een ding met een voorzetsel zeg je waarover, waarmee, waarop; bij een persoon met wie, over wie.
1 Negen voegwoorden en wat ze betekenen
Ze doen allemaal hetzelfde met de zin: na het voegwoord gaat het werkwoord naar het eind. Wat ze verschillen, is de betekenis. Leer ze per groep:
| Groep | Woord | Betekent | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| tegenstelling | hoewel | al is het zo dat | Hoewel het regende, gingen we wandelen. |
| oorzaak | doordat | hoe het komt | ..., doordat de ketel niet is onderhouden. |
| gevolg of doel | zodat | met als gevolg, om ervoor te zorgen | ..., zodat iedereen het kan volgen. |
| voorwaarde | mits | op voorwaarde dat | ..., mits je hem morgen terugbrengt. |
| uitzondering | tenzij | behalve als | ..., tenzij het hard regent. |
| tijd | zodra, voordat, nadat, terwijl | zie hieronder | ..., zodra de monteur belt. |
Wie want en omdat al kent, kent het patroon: omdat is een dat-woord, en al deze woorden zijn dat ook. Het nieuwe zit in de betekenis.
Tip van de docent: doordat geeft een oorzaak waar niemand iets aan doet (doordat het glad was), omdat ook een reden of een keuze (omdat ik honger had). In een klacht is dat verschil handig: doordat de ketel niet is onderhouden legt de oorzaak bij de ketel, niet bij jou.
2 Tenzij of mits: de valkuil
Deze twee lijken op elkaar en zijn elkaars tegendeel:
- Mits = op voorwaarde dat. Het gebeurt alleen áls dit klopt. Je mag mijn fiets lenen, mits je hem morgen terugbrengt.
- Tenzij = behalve als. Het gebeurt, behalve in dit geval. Ik fiets naar mijn werk, tenzij het hard regent.
Een handig ezelsbruggetje: bij tenzij kun je behalve als invullen, bij mits alleen als. Klopt de zin dan niet meer, dan heb je het verkeerde woord.
In een mail aan de verhuurder scheelt dat een hoop. Ik betaal de huur, tenzij de verwarming werkt is een voorstel waar hij niet blij van wordt.
3 Zodra, voordat, nadat, terwijl: de tijd
- Zodra: meteen op het moment dat. Ik laat het je weten, zodra de monteur belt.
- Voordat: eerder dan. Lees de mail nog eens, voordat je hem verstuurt. Let op: voor alleen is een voorzetsel (voor de vergadering); met een zin erachter wordt het voordat.
- Nadat: later dan, meestal met een voltooide tijd: nadat we hadden gegeten. Ook hier: na het eten, maar nadat we hadden gegeten.
- Terwijl: tegelijk (ik kook, terwijl jij de tafel dekt), of als tegenstelling, een soort maar: Hij zegt dat hij het druk heeft, terwijl hij koffie drinkt.
4 Waarover of over wie?
Hoort er bij een werkwoord een voorzetsel (praten over, rekenen op, schrijven met), dan krijgt een betrekkelijke bijzin een speciale vorm:
| Het gaat om | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| een ding | waar + voorzetsel | het project waarover ik je vertelde; de pen waarmee ik schrijf |
| een persoon | voorzetsel + wie | de collega met wie ik werk; de buurman aan wie ik de sleutel gaf |
Over wat en met wat klinken als een vraag; in een betrekkelijke bijzin worden ze één woord. Bij personen hoor je in spreektaal vaak waarmee (de collega waarmee ik werk); in een mail of een betoog is met wie de nette vorm.
5 Twee of drie werkwoorden achteraan
In een bijzin staan alle werkwoorden samen aan het eind. Met kunnen, moeten, willen of laten erbij staat het vervoegde werkwoord vooraan in die groep:
- Het spijt me dat ik het niet heb kunnen afmaken.
- Ik hoop dat u de ketel kunt laten repareren.
- ..., doordat ik vannacht niet heb kunnen slapen.
Zonder zo'n hulpwerkwoord mag het allebei: dat hij is gekomen en dat hij gekomen is. Met kunnen of laten niet: heb kunnen afmaken, nooit afmaken kunnen heb.
6 De bijzin vooraan
Begin je met de bijzin, dan telt die hele bijzin als de eerste plek. Daarna komt meteen het werkwoord van de hoofdzin:
- Hoewel ik de radiatoren elke week ontlucht, wordt het niet warmer.
- Zodra ik thuis ben, zet ik thee.
Dat geeft twee werkwoorden naast elkaar, gescheiden door een komma: ontlucht, wordt. Dat klopt.
Partnertip Speel "onder één voorwaarde". De partner vraagt iets kleins: Ga je mee boodschappen doen? De cursist antwoordt met mits of tenzij: Ja, mits we ook koekjes kopen. Of: Ja, tenzij het regent. De partner zegt hardop wat dat nu eigenlijk betekent. Klopt het niet, dan mag de partner de voorwaarde aanpassen. Let alleen op het voegwoord en het werkwoord achteraan.
Test jezelf
Tenzij of mits? "Ik help je verhuizen, ... je pizza bestelt."
Mits. Je helpt alleen als er pizza is: een voorwaarde.
Tenzij of mits? "We gaan zaterdag naar het strand, ... het stormt."
Tenzij. Je gaat, behalve als het stormt: een uitzondering.
Maak één zin: Ik bel je. Ik ben thuis. (zodra)
Ik bel je, zodra ik thuis ben. Na zodra gaat ben naar het eind.
Waarover of over wie? "Dit is de film ... ik je vertelde."
Waarover. Een film is een ding: waar + over.
Zet in de goede volgorde: dat ik / afmaken / het niet / heb kunnen
dat ik het niet heb kunnen afmaken. De werkwoorden samen aan het eind, heb vooraan.
Voor of voordat? "... de vergadering begint, zet ik koffie."
Voordat. Er volgt een zin met een werkwoord (begint). Voor de vergadering zet ik koffie kan ook.



